goslinga / ’Gristenen’ moeten zwijgen in het verlichte Nederland juni 7, 2008
Posted by nvda in Nieuws.Tags: abortus, Gristenen, PvdA, Van Agt
trackback
Toen ’de christenen’ nog de meerderheid hadden in het parlement, diende de katholieke minister Beel de zondagswet in, die regelde dat de ochtend voor de kerkgangers was en de middag voor de heidenen. De stelling dat het gelovige volksdeel de neiging vertoont zijn moraal aan andersdenkenden op te leggen, zoals deze week vanwege de embryokwestie veelvuldig is beweerd, zelfs door enkele verlichte columnisten in deze ’gristelijke’ krant, is derhalve een boude. Dat bewijst niet alleen de godsvrede over de zondag.
Dezelfde Beel diende in zijn dagen, de nog onverlichte jaren vijftig, ook een wet in die crematie toestond. Velen in zijn kring vonden lijkverbranding in strijd met christelijke principes, maar niettemin wilde Beel andersdenkenden tegemoet komen. Op basis van het getal had dat niet gehoeven –pas in 1967 verloren de christelijke partijen hun meerderheid in de Kamer– maar Beel aanvaardde de groeiende verscheidenheid aan opvattingen in het naoorlogse Nederland.
Na 1967 bleven de christenen nog altijd invloedrijk. Zij dankten hun macht vooral daaraan dat andersdenkenden, verenigd in niet-christelijke partijen als de VVD en de PvdA, elkaar van samenwerking uitsloten. De christelijke partijen gebruikten hun relatief sterke positie uiteraard om invloed uit te oefenen op de publieke rechtsordening in dit land, maar dat ging niet zover dat zij zaken die andersdenkenden belangrijk vonden blokkeerden. De niet-christelijke partijen stelden het wel dikwijls zo voor.
De PvdA stond bijvoorbeeld in de jaren zeventig niet toe dat de aanvoerder van het CDA minister van justitie bleef, vanwege zijn standpunt over abortus. De partij wilde wel met Van Agt samenwerken, maar alleen als deze zijn eigen opvattingen thuisliet. Was Van Agt tegen abortus, zoals de aartsconservatieve bisschop Gijsen? Nee. Het kabinet onder zijn leiding bracht begin jaren tachtig de abortuswet tot stand, die in vergaande mate tegemoetkwam aan het verlangen van veel vrouwen baas in eigen buik te zijn. Tegelijk wenste hij de bisschop van Roermond een langdurig verblijf op IJsland toe.
Na Van Agt trad er met Lubbers opnieuw een katholieke premier aan, onder wiens kabinetten de eerste euthanasieregeling tot stand kwam, die net als de abortuswet de pluriformiteit van opvattingen over leven en dood zoveel mogelijk recht deed. Nu ben ik het kabinet van de katholieke onderzeebootcommandant Piet de Jong nog vergeten, dat op het hoogtepunt van de beeldenstorm tegen christelijke en burgerlijke waarden aan de macht was. Dat kabinet ontdeed het echtscheidingsrecht van zijn exclusieve christelijke kaders en stond de verkoop van condooms in cafés toe, wat in die tijd een daad van betekenis was.
Onder dat voor conservatief gehouden kabinet begon ook de emancipatie van de homo’s met de publieke kus van Gerard Reve op de wangen van de katholieke minister Marga Klompé. De gereformeerde minister van justitie De Ruiter, die tekende voor de eerste abortuswet, baande later in het personen- en familierecht verder de weg voor de ontplooiing van homo’s. Dat christelijke politici dus hun moraal dwingend aan anderen hebben willen opleggen.., het is een opvatting die in elk geval nimmer in de Osservatore Romano, de krant van het Vaticaan, is verkondigd. Deze krant werd in de afgelopen decennia niet moe over het libertaire Hedonia aan de Noordzee de staf te breken.
Toch schreef de verlichte columniste (bijna had ik nog geschreven communiste) Elsbeth Etty deze week in het liberale avondblad dat de politici van de ChristenUnie niet de rationele en humaan denkende mensen zijn voor wie staatssecretaris Bussemaker hen houdt. ’Een vergissing: het zijn geen rationele politici, het zijn fanaten, fundamentalisten en tirannen’. Bij het lezen van deze woorden moest ik denken aan het afscheidsinterview met Gert Schutte, de politieke vader van Rouvoet, Van Middelkoop en Slob. Daarin verklaarde hij, na een lange en indrukwekkende staat van dienst als parlementariër, dat hij het als vertegenwoordiger van een kleine minderheid al mooi had gevonden dat hij op het nationale toneel had kunnen spreken. In landen met grovere kiesstelsels zouden de opvattingen van zijn volk al lang zijn gemarginaliseerd.
Hij nam het zelfs de toenmalige minister Ien Dales niet kwalijk dat zij in het debat over haar wet Gelijke behandeling het gesprek met hem botweg had afgekapt vanwege zijn opvattingen over homoseksualiteit. Zij drukte ons met onze neus op het feit dat we gering in getal zijn, zei hij. Juist daarom had hij als Kamerlid zijn kracht in het woord gezocht en daaraan ook de voornaamste betekenis van het parlement ontleend, de rol als het geweten van de regering. Toch menen Etty en anderen dat Rouvoet en Slob erop uit zijn hun wil aan heel Nederland op te leggen.
Het zij hun nagegeven dat de ChristenUnie er in ethische kwesties strengere opvattingen op nahoudt dan het CDA. Maar wil de partij, tot regeermacht geroepen, de klok terugdraaien? Ik kan alleen maar bedenken dat ze in een aantal vraagstukken aandacht heeft gevraagd voor de andere kant van het vrijzinnige gelijk. En ja, zij heeft, rekenend op de verdraagzaamheid van andersdenkenden, wat ruimte gevraagd voor ambtenaren van de burgerlijke stand voor wie het sluiten van homohuwelijken op gewetensproblemen stuit. Maar zelfs dat lijkt al te veel. Het antwoord van onze verlichte geesten is: gelijkschakeling!
Nu moeten de ’gristenen’ ook nog hun mond houden. Nekschot mag tekenen wat hij wil als held van onbegrensde uitingsvrijheid, maar Rouvoet en Slob moeten hun mond houden. Leve de Nederlandse democratie anno 2008!
bron: Trouw.nl
Reacties»
No comments yet — be the first.